Ecologische voetafdruk

Dierenwelzijn en duurzaamheid Duurzaamheid van vlees Ecologische voetafdruk

Een vegetarische levensstijl haalt de totale ecologische voetafdruk amper naar beneden.

Duurzaamheid is voor bijna een kwart van de Belgen de hoofdreden om minder of geen vlees te eten. Een vegetarische of veganistische levensstijl haalt de ecologische voetafdruk echter amper naar beneden. Drukkingsgroepen beweren vaak dat overstappen naar een veganistische levensstijl de uitstoot met 25 tot 50% kan verminderen, maar dit slaat in het beste geval op een dieeteffect. Het is immers belangrijk om op te merken dat wie vegetarisch of veganistisch eet ook meer andere voedingsmiddelen zal moeten eten dan wie vlees eet, wil hij of zij dezelfde hoeveelheid voedingsstoffen innemen. De uitstootvermindering van 25 tot 50% bij veganisten gaat bovendien enkel over voeding, hetgeen slechts een deel van de totale uitstoot vertegenwoordigt. De uitstootvermindering is nog geringer voor vegetariërs.

Als eigenlijk levensstijleffect is de vermindering van de uitstoot door een veganistisch voedingspatroon veeleer te situeren in de grootorde van 2 tot 4%, waarbij bovendien de mogelijke nutritionele gevolgen van deze aanpassing over het hoofd worden gezien. Eiwitvervangers zijn namelijk vaak ultrabewerkte voedingsmiddelen met geen of weinig micronutriënten, en er zijn ook grote hoeveelheden energie en water nodig bij de productie ervan.

Het is bovendien beter om te kiezen voor een voedingsmiddel dat in België geproduceerd wordt: naast de CO2- en watervoetafdruk bepaalt het transport tot bij de consument voor een groot deel hoeveel vervuiling een voedingsmiddel met zich meebrengt. Exotische vleesproducten en groenten en fruit worden vaak op een niet of minder duurzame manier geproduceerd. Bovendien moeten ze naar ons land verscheept worden. Focussen op lokale productie en een korte keten kan een oplossing bieden om meer duurzame vleesproducten en groenten en fruit te produceren.

De CO2-uitstoot van pakweg Braziliaans en Iers rundvlees ligt een stuk hoger dan de uitstoot van Belgisch witblauw rundvlees, dat met 20,3 kilogram CO2 de laagste uitstoot heeft van alle rundvlees. Braziliaans en Iers rundvlees stoten respectievelijk 41 tot 48,8 kilogram CO2-eq en 27,5 tot 34,4 kilogram CO2-eq uit per kilogram vlees. Bij het Belgische witblauw rundvlees ligt dit tussen de 20,3 en 21,9 kilogram CO2-eq per kilogram vlees.

Ook het waterverbruik ligt in België, en in Europa in het algemeen, een stuk lager dan elders in de wereld. Vaak wordt het cijfer van 15.000 liter water per kilo rundvlees aangehaald, maar dit gaat om een wereldwijd gemiddelde. In China is bijvoorbeeld dubbel zoveel water nodig om vlees te produceren dan in België. Bovendien is 90% van het gebruikte water regenwater dat opgenomen wordt door planten en nadien door verdamping weer in de cyclus terechtkomt. Dit proces vindt plaats ongeacht de aanwezigheid van landbouwdieren.

De impact van rundvlees op het milieu kan voor een groot deel ingeperkt worden door lokaal rundvlees te kopen, dat afkomstig is van een initiatief met een korte keten. Voor kippen- en varkensvlees is de uitstoot respectievelijk 3,65 kilogram CO2-eq en 5,60 kilogram CO2-eq per kilogram vlees. De impact van rundvlees lijkt een stuk hoger door het aandeel dat methaangas uitmaakt binnen de CO2-equivalente uitstoot. Methaangas heeft een grotere impact dan CO2, maar gedraagt zich fundamenteel anders in de atmosfeer. Het wordt voor een stuk opgenomen in de bodem, wordt sneller afgebroken, en accumuleert dus niet. Hiermee wordt geen rekening gehouden in de berekening van equivalente uitstoot. De impact van varkens- en kippenvlees is ten slotte ook beter dan die van pakweg kaas (8,5 kilogram CO2-eq per kilogram kaas), een product dat vaak wordt ontzien in het ecologische en nutritionele debat.