Vleesveehouderij in België

Belgisch vlees Historiek Vleesveehouderij in België
  1. Runderen zijn kostbare dieren. Daarom wordt in België al vroeg gestart met initiatieven die de rundveestapel verbeteren.
  2. Het eerste initiatief van de overheid om Belgische varkens en runderen met sterke rassen te kruisen vindt plaats in de tweede helft van de 19e eeuw.
  3. Behalve in akkerbouw wordt er meer en meer geïnvesteerd in marktgerichte tuinbouw en veeteelt. België telt in die periode officieel ongeveer 450.000 varkens en 800.000 koeien. Varkensvlees wordt voor het eerst goedkoper bij de slager dan rundvlees. De invoer van goedkoop gepekeld vlees en diepgevroren spek uit Amerika stijgt, waardoor Belgische varkens duurder verkocht worden aan onze buurlanden.
    new doc 2019-07-10 12.03.36_lekker dier 107 varkensvlees goedkoper dan rundvlees
  4. Omdat de Belgische arbeider zware arbeid verricht, is hij genoodzaakt zijn vetconsumptie te verhogen. Om die reden verhoogt hij zijn dagelijkse calorie-inname tot 3000 à 4000 kcal. Daarnaast wordt commerciële rundveeteelt belangrijker en langzamerhand stijgt ook de vraag naar vlees.
  5. Na de uitbraak van een crisis stijgt de dierlijke productie van 45% naar 60%. Boeren en overheden concentreren zich meer op dieren die zowel op het vlak van melk als vlees rendabel zijn.
  6. Het Belgische varken wordt via inkruising met Engelse rassen verder verbeterd zodat het vruchtbaarder en beter geschikt wordt voor het moederschap. De varkens zijn in staat voedsel om te zetten in een hoog gewicht.
    new doc 2019-07-10 12.03.36_zwijnenrasse lekker dier 103
  7. De meeste kleine boeren pachten koeien en bezitten ze niet zelf. De overheid besluit om te kiezen voor runderbloedlijnen met stabiele eigenschappen.
    Vlam rund 4
  8. In België zijn er drie verschillende zwijnenrassen. België heeft de meeste varkens per vierkante kilometer in Europa dankzij efficiënte en rendabele productiemethoden. Er zijn nog steeds runderen die op gemeenschappelijke weiden worden gehouden. Dikwijls blijven kinderen thuis om mee de runderen te hoeden.
    new doc 2019-07-10 12.03.36_lekker dier 133 gemeenschappelijke wei 20e eeuw
  9. Bij de start van de 20e eeuw worden er zwijnenkweeksyndicaten opgericht die met ondersteuning van provinciale overheden stamboeken en kweekregisters opmaken. De syndicaten stellen kwekers in staat om samen fokdieren aan te kopen.
    A0058
  10. België telt ongeveer 1.350.000 varkens. Ook het aantal koeien neemt toe, tot net geen miljoen. Net voor WO I wordt er meer varkensvlees dan rundvlees gegeten. Mensen beschouwen vet spek als gezonder en voedzamer dan rundvlees.
    Vlam rund 12
  11. Tussen de Wereldoorlogen verhoogt de Belg zijn vleesconsumptie zodra hij het zich kan veroorloven. Varkens kweken is nog steeds een job voor kleine en middelgrote boeren. Er zijn nauwelijks industriële varkensfokkerijen. Bijna elk gezin op het platteland kweekt één of twee varkens, waarvan er één geslacht wordt voor eigen consumptie en het tweede eventueel verkocht wordt. Na WO I is er een sterk tekort aan rundvee, waardoor de overheid beslist om een verbod in te voeren op het slachten van kalveren.
    new doc 2019-07-10 12.03.36_lekker dier 108 verbeterd varken 1925
  12. De varkensstapel omvat ongeveer 1,5 miljoen dieren en de veestapel neemt toe tot ongeveer 1,1 miljoen stuks na een sterke daling tijdens WO I.
    A0095
  13. Slechts 40% van het rundvee wordt gekweekt voor vlees- in plaats van melkconsumptie.
    new doc 2019-07-10 12.03.36_leven van land 137 billeman
  14. Na WO II evolueert de varkenshouderij van een gemengd bedrijf naar grotere gespecialiseerde bedrijven. Krachtvoer wordt via de havens geïmporteerd.
  15. Omdat er minder nood is aan zware fysieke arbeid en de levensomstandigheden verbeteren, heeft de Belg ook minder nood aan calorieën. De vraag naar mager vlees stijgt en ook het varken zelf verandert. Het Belgische Piétrainvarken, ook wel het varken met de vier hespen genoemd, is minder vet dan andere rassen. Het dier beantwoordt daarom beter aan de consumentenvraag van het moment en wordt in de jaren 1960 zelfs het Belgische Landras genoemd. Dankzij investeringen wordt de sector grondig gemoderniseerd. De veestapel groeit aan tot 2,1 miljoen runderen na WO II.

    A0047
  16. De vraag en het aanbod van varkensvlees zijn in evenwicht. De consumptie van varkens- en rundvlees staat op hetzelfde niveau. Een boerderij omvat in deze periode gemiddeld 8 koeien, 10 zeugen en 100 kippen. De gemiddelde varkenshouder heeft 10 varkens.
    new doc 2019-07-10 12.03.36_Lekker dier p 44 na ww2 meer koeien per boer
  17. Ongeveer 75% van de landbouwbedrijven bezit rundvee, waarvan 70% melkkoeien.
    A0268
  18. Het aantal varkens in onze streek stijgt tot 1,4 miljoen, wat gelijk loopt met de periode voor de Wereldoorlogen. De gespecialiseerde intensieve varkenshouderij gaat er op het vlak van teelttechnieken en voederconversie sterk op vooruit. Ook binnen de veehouderij zet men volop in op specialisatie en wordt er gekozen voor melk of vlees. Dankzij deze veranderingen wordt er op grotere schaal gewerkt. In deze periode is een standaardboerderij in staat 15 runderen te houden. Kunstmatige inseminatie bij runderen maakt het gemakkelijker voor alle boeren om het kweekproces vlotter te laten verlopen. Het laat hen toe hun koeien te laten dekken door stieren met een goede reputatie.
    new doc 2019-07-10 12.03.36_leven van land 156 pietrainvarken
  19. De productie van varkensvlees verdrievoudigt in tien jaar tijd. Vandaag de dag exporteren we nog steeds meer dan 50% van onze productie. Rond 1964 vinden we in een boerderij gemiddeld 33 koeien. In 1968 loopt dit al op tot gemiddeld 64 runderen.
  20. Aan het einde van de jaren 60 is 60% van het rundvee bestemd voor vleesproductie.
  21. Vanaf de jaren 1970 beginnen boerderijen specifieke melk- of vleeskoeien te kweken. Tot dan heeft België geen ras dat specifiek voor vlees wordt gekweekt. Het Belgisch witblauw, dat de bijnaam 'billenman' krijgt, verwerft naam en faam vanwege zijn excellente vlees.
    new doc 2019-07-10 12.03.36_lekker dier 141 1975 billeman
  22. Na 1980 telt België naar schatting meer dan 3 miljoen koeien. Ook bij de varkensteelt spreken we van een schaalvergroting. Ondertussen heeft een varkenshouder ongeveer 125 varkens.
  23. Het maximumaantal runderen wordt in 1990 bereikt met ongeveer 3,25 miljoen dieren.
    Vlam rund 7
  24. Een landbouwbedrijf bevat gemiddeld 60% rundvee, waarvan slechts 30% melkvee is. Het aantal varkens neemt per varkenshouder toe tot gemiddeld 712 dieren.
    A0187

Bronvermelding

Niesten E., Raymaekers J. en Segers Y., Lekker dier!? Dierlijke productie en consumptie in de negentiende en twintigste eeuw, CAG-Cahier, 1, Leuven, 2003.

Segers Y. en Van Molle L. red., Leven van het land. Boeren in België 1750-2000. Leuven, 2004.